Lemberge

Wat?

Historiek schrijfwijze

Lintberga, Lintbergam, Lentbergen, Lemberghen, Lemberge

Oorsprong van de naam

De oudste vermelding van de gemeente gaat terug tot 973. De samengestelde naam 'Lintberga' is afkomstig uit het Germaans waarbij 'lindo' en 'berga' wijzen op een 'berg of heuvel met of nabij linden'. Andere bronnen verwijzen naar de ondergrond waarbij het van Saksische oorsprong ‘lem’ staat voor leem en ‘berg’ voor de hoge ligging van de gemeente. Lemberge beschikt over uitstekende grond voor landbouw en was tot in de jaren 1970 een agrarische gemeente. Tot in de 18e eeuw bevonden zich vijvers en poelen in het landschap, waarin karpers gekweekt werden.

Archeologische vondsten: vroege bewoners

In 2014 vonden archeologen, naar aanleiding van de aanleg van de verkaveling Melkerij, 500 à 600 aardewerkscherven die dateren uit de late ijzertijd (4e -3e eeuw voor Christus) en drie brandrestengraven en een afvalkuil uit de Gallo-Romeinse tijd (2e of 3e eeuw na Christus).

Middeleeuwen en nieuwe tijd

 

De kerk van Lemberge (jaren 1960)Bronnen vermelden de Sint-Aldegondiskerk al in 1126 wanneer het patronaat van de kerk door de bisschop van Kamerijk geschonken werd aan de abdij van Ename. Tot 1834, wanneer een pastorie werd opgebouwd, bediende de pastoor van Bottelare ook de kerk van Lemberge. In 1874-1878 werd de kerk herbouwd, deels met behoud van de oude toren. Het Lovaert-orgel van 1835 en de pastorie van 1871 zijn vandaag beschermde monumenten. Er zou zich op een gegeven ogenblik in de nabijheid van de kerk een klooster bevonden hebben waarvan de resten nog bestonden in de 19e eeuw.

Lemberge behoorde tot het Land van Aalst. Al in een charter van 1251 werd de naam Hugo Van Lemberge vermeld. Op het grondgebied van Lemberge bevonden zich enclaves toebehorend aan het markizaat van Rode, de heerlijkheid Van den Abeele en van de Aalmoezenij van Sint-Pieters. Ook de Gentse Sint-Baafsabdij bezat gronden in Lemberge. Bij het begin van de 15e eeuw bevonden zich hier een aantal grote pachthoeven. De meest gekende waren ‘Goed te Idegem’, eigendom van de Sint-Pietersabdij, ‘Goed ten Steene’, ‘Goed ter Langher Brugghen’, ‘Goed ten Ulenbroeck’ ook wel ‘Goed te Vuilbroek’, ‘Goed ten Bossche’ met een huis van plaisance, ‘Hof ter Beken’, ‘Goed ter Straten’, ‘Goed te Overboeme’, ‘Hofstede ten Broecke’ en ‘Goed Tayaert’. Sinds de 15 eeuw en tot 1939 bezat de familie Van Gansberghe de ‘Molenwijkckhoeve’ met een windmolen en molenaarshuis. De molen werd in augustus 1917 door de Duitse bezetter afgebroken bij de aanleg van hun nabijgelegen vliegveld.

De houten molen van Lemberge. Hij werd gesloopt tijdens de Eerste Wereldoorlog Net als de andere gemeenten rond Gent had Lemberge zeker te lijden onder de vele malen dat de stad in opstand kwam tegenover het gevestigde gezag. Bronnen vermelden Lemberge toen op 23 juli 1453 een Gents leger optrok naar Gavere. De Gentenaren die in opstand kwam tegen Philips de Goede, hertog van Bourgondië, werden verslagen tijdens de Slag bij Gavere.

Ten tijde van de godsdienstoorlogen kregen de inwoners het opnieuw zwaar te verduren. In september 1566 verbleven soldaten van de hertog van Alva in de streek en terroriseerden ze hen, waarbij vooral de vrouwen het moesten ontgelden. Ze werden ook verplicht de soldaten van eten en drinken te voorzien en hun paarden te onderhouden. Heel wat inwoners namen de vlucht.

Op 20 november 1571 werd een Minderbroeder door struikrovers vermoord tijdens zijn tocht naar Gent. Begin 1572 riepen koninklijke plakkaten de bevolking op om de kerken en geestelijke goederen te beschermen tegen vernielingen van de geuzen, waar boeren van Lemberge en omgeving tot twee maal toe gevolg aan gaven. Tijdens hun afwezigheid plunderden Spaanse soldaten echter hun eigendommen en alles wat ze in handen kregen. Op 14 september 1577 moesten de inwoners van Lemberge en Merelbeke in opdracht van de magistraat van Aalst een wagen met vier paarden aan het leger leveren.

Op 21 juli 1579 verbleven (protestantse) Schotten in Lemberge, gevolgd op 3 augustus door soldaten van de graaf van Egmont. Op 14 april 1580 volgden malcontenten, die de hele streek opnieuw terroriseerden. In mei verrichtten geuzen allerlei onheil. Het ‘Goed Tayaert’ dat eigendom van de katholieke Gentse raadspensionaris Lieven Tayaert werd op 12 mei 1580 door de geuzen in brand gestoken waardoor enkel de wallen nog overbleven. Een andere gegoede Gentenaar die in Lemberge verbleef, de protestants gezinde Adriaan Daman, vervulde tijdelijk een rol in het calvinistische Gent maar nam daarna de vlucht naar Engeland en Schotland.

Tijdens het Franse bewind vanaf 1794 werden alle kerkelijke eigendommen aangeslagen en verkocht.

Nieuwste tijd

De samenwerkende melkerij te Lemberge. De familie Van Gansberghe leverde van 1710 tot 1888 achtereenvolgens de burgemeesters in Lemberge: Pieter Van Gansberghe, Marten Van Gansberghe, Pieter Van Gansberghe, Jan Van Gansberghe en Pieter Van Gansberghe.

In 1876 kocht de familie Maenhaut het kasteel ‘Goed ter jacht’ dat zeker teruggaat tot in de 18e eeuw. Het was een huis van plaisance met een neerhof, ‘Goed te Tesselare’. Jules Maenhaut kwam er zich na zijn huwelijk definitief vestigen in 1887. Op 23 januari 1888 werd hij burgemeester en bleef deze functie uitoefenen tot zijn overlijden in 1940. Eén van zijn opmerkelijke bijdragen in het landelijke Lemberge was de oprichting van een intergemeentelijke melkerij. De verkaveling ‘Melkerij’ is hiernaar vernoemd.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd langs de huidige Burgemeesters Van Gansberghelaan een Duits vliegveld aangelegd met een zeppelinhal die later voor vliegtuigen gebruikt werd. Door de aanwezigheid van het vliegveld werd Lemberge regelmatig een doelwit van geallieerde beschietingen en bommen, waardoor het heel wat schade opliep. De velden van het voormalige vliegveld en de gronden van het vroegere ‘Goed ten Bossche’ zijn vandaag ingenomen door de ILVO-Plantsites Merelbeke en Melle.

De wet van 20 maart 1925 legde gemeenten de verplichting op te beschikken over een veldhospitaal en een moederhuis. In deze periode ondernam het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen het initiatief om intergemeentelijke veldhospitalen op te richten. Dit leidde tot het ‘tussengemeentelijk lazaret van Lemberge’, waaraan 21 randgemeenten van Gent verbonden waren. Er werd een stuk grond van Zusters van Liefde van Jezus en Maria op de grens met Melle aangekocht. In 1926-1927 werden de eerste bouwwerken voltooid. In 1930 wijzigde de intercommunale naar ‘Tussengemeentelijk Hospitaal-sanatorium van Lemberge’ en in 1932 ging de bouw van het ‘Prinses Josephine-Charlotte hospitaal’ van start. Vanaf het einde van de jaren 1950 verminderde het aantal tuberculosepatiënten ten gevolge van de vondst van penicilline (1928) en antibiotica (1938). Er werd besloten over te stappen naar een verzorgingsinstelling, die in 1969 werd gerealiseerd. Een grondige verbouwing volgde hiertoe in 1978. Tussen 1990 en 2000 werden de oude gebouwen stelselmatig vervangen door een nieuwbouw voor het rust- en verzorgingstehuis.

Luchtfoto van het hospitaal-sanatorium te Lemberge. (omstreeks 1970)Bij Koninklijk Besluit van 17 juni 1964 werd de fusie van Lemberge en Merelbeke een feit. De Salisburylaan op de grens van Lemberge en Merelbeke dateert van na de fusie en verwijst naar de Amerikaanse Hudson Stuart Salisbury. Deze huwde na de Eerste Wereldoorlog met de Merelbeekse Leontine Remue. Ze woonden in Californië maar steunden allerlei Merelbeekse projecten. Op initiatief van het gemeentebestuur van Merelbeke werd na de fusie in 1964 een straat naar hen vernoemd.

Contact & openingsurenOpeningsuren en contact

Waar?

Dienst archief
Gemeentehuis (tweede verdieping)
Hundelgemsesteenweg 353
9820 Merelbeke

Openingsuren

Vandaag:Gesloten
Eerstvolgende openingsdag:(24/01)Gesloten

Contact

  • 09 210 33 05
09 210 32 99
archief [at] merelbeke.be

Bekijk ook

  • Het Land van Aalst was het volledigegebied tussen de Schelde en de Dender.

  • Het Land van rode telde 17 gemeenten en reikte tot Gent.

  • Merelbeke was oorspronkelijk een gebied met enerzijds bossen en heide en anderzijds zeer waterrijke gronden.

  • Munte is vooral een agrarische deelgemeente.

  • Melsen was altijd overwegend agrarisch en heeft ook vandaag nog een landelijk uitzicht.