U bent hier

Nieuwsbericht: 24 oktober 2017

Sloop kasteel D’Hoop ondanks blijvend verzet gemeentebestuur

Samen met heel wat verbaasde inwoners stelde het schepencollege van Merelbeke deze week verbolgen en met verbijstering vast dat het kasteel “La Moineaudière” in de Heidestraat in het weekend van 21 en 22 oktober volledig afgebroken werd.

Kasteel met erfgoedwaarde

Het schepencollege had op 3 april van dit jaar nochtans de stedenbouwkundige vergunning geweigerd voor de bouw van een bedrijfsgebouw met kantoren na afbraak van het bestaand kasteel en het rooien van bomen. Het kasteel, in de volksmond kasteel D’Hoop genoemd, dateert van het begin van de 20e eeuw en ligt in een groene, parkachtige omgeving in de Heidestraat. Het kasteel is opgenomen op de Inventaris Onroerend Erfgoed als bouwkundig erfgoed en een aantal waardevolle bomen op de site werden opgenomen op de lijst houtig erfgoed. Het college argumenteerde in haar weigering ook dat in het toepasselijk gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) wordt vooropgesteld dat moet worden ingezet op de ecologische structuur rond de beken, de historische tuin en het loofbos. Door de sloop van het kasteel en het vernietigen van de bijhorende kasteeltuin vond het college de aanvraag dan ook in strijd te zijn met de toelichtingsnota van het GRUP en de vastgelegde ruimtelijke visie.   

Weigering schepencollege na advies Gecoro en erfgoedcommissie

De Gecoro (gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening) adviseerde om zowel het bouwkundig als natuurlijk relict op de site zoveel mogelijk te bewaren en ze op te waarderen met een functie die complementair is aan de omliggende bedrijvigheid. De kasteelsite was immers nog één van de weinige waardevolle landschapselementen in de omgeving die verwijzen naar het historische verleden van deze locatie, een stille getuige als het ware van hoe deze tot vóór WO II zeer landelijke omgeving aan sneltempo werd omgevormd tot het infrastructuur- en industrielandschap zoals we het vandaag kennen. De site werd bovendien tot aan het overlijden van de laatste bewoner in 2011 bewoond en onderhouden. Het kasteel en de parktuin verkeerden dus in een goede bouwfysische staat, wat het behoud meer dan verantwoordde.

Ook de gemeentelijke erfgoedcommissie adviseerde om geen sloop- en kapvergunning te verlenen omwille van de belangrijke erfgoedwaarde van het kasteel en de bijhorende parktuin.

Om die redenen oordeelde het schepencollege ook dat ze de aanvraag moest weigeren. Het slopen van de waardevolle en bewaarde erfgoedelementen op de site zou immers onomkeerbare schade toebrengen aan het cultuurhistorisch patrimonium van de gemeente.

Beroep eigenaar ingewilligd

De eigenaar van de site ging vervolgens in beroep tegen de weigeringsbeslissing van het schepencollege en kreeg eind augustus toch de gevraagde stedenbouwkundige vergunning van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen. Het college stelde in september een raadsman aan en diende begin oktober een verzoek tot vernietiging met vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Op die manier wou het college voorkomen dat het kasteel alsnog werd gesloopt en de waardevolle bomen werden gekapt. De Raad voor Vergunningsbetwistingen wees de vraag tot schorsing echter af waardoor de vergunning van de deputatie uitvoerbaar werd. De eigenaar besliste daarop blijkbaar om afgelopen weekend al het kasteel en de parktuin te slopen.   

Het schepencollege reageerde onthutst en gaf in haar zitting van 23 oktober onmiddellijk de opdracht aan haar raadsman om alle mogelijke rechtsmiddelen verder uit te putten om de vergunning te vernietigen, een herstel in natura en schadevergoeding te eisen. Met de sloop die de eigenaar afgelopen weekend al realiseerde, is echter een belangrijk deel van het cultuurhistorisch patrimonium onherroepelijk verdwenen.

 

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief