U bent hier

Stookolietank

Wat?

Heel wat mensen zitten met een oude stookolietank die ze niet meer gebruiken. Wat moet je doen met zo’n tank? De wetgeving zegt dat een tank die niet meer gebruikt wordt, binnen 3 jaar verwijderd moet worden of buiten gebruik moet worden gesteld (als hij niet kan worden verwijderd).

Hoe?

Je laat je tank buiten gebruik stellen of verwijderen als volgt: 

  1. Je laat je tank reinigen en ledigen door een gespecialiseerde firma. Deze firma dient op papier te bevestigen dat de werken zijn uitgevoerd conform de milieuwetgeving (VLAREM-wetgeving).
  2. Indien technisch mogelijk, moet je de tank laten verwijderen. Indien het technisch onmogelijk is om de tank te verwijderen (bv. wegens gevaar voor de stabiliteit van een woning) dan mag je de tank door een gespecialiseerde firma laten vullen met een inert materiaal (zand of schuim). Een erkend technicus kan hierbij op papier bevestigen dat je tank onmogelijk kan worden verwijderd.
  3. Voor particuliere tanks van 5 000 liter of meer of voor tanks voor professioneel gebruik van 100 000 tot 200 000 liter moet je dit schriftelijk melden aan de dienst milieu.

Types tanks

Bedrijfstanks

Wat?

Voor het opslaan van stookolie en diesel in bedrijfstanks, heb je vanaf 20 000 liter een milieuvergunning nodig.  

 

Controle

Afhankelijk van de ligging van de bedrijfstank moet hij om de twee of drie jaar gecontroleerd worden door een erkende milieudeskundige. Ook moet je minstens om de 20 jaar een uitgebreid algemeen onderzoek laten uitvoeren. Hierbij moet de tank vóór het onderzoek leeggemaakt en gereinigd worden. Tanks voor de opslag van stookolie en diesel met een individueel inhoudsvermogen tot en met 20 000 liter moeten geen algemeen onderzoek te ondergaan. Ook opslagtanks voor onder andere smeerolie en extra zware stookolie met een individueel inhoudsvermogen tot en met 50 000 liter worden vrijgesteld.  

Voor de andere bedrijfstanks van minstens 20 000 liter – mag je ook onderzoeken laten uitvoeren zonder de tank inwendig te reinigen. In dit geval wordt de termijn van 20 jaar wel ingekort op basis van een risicoanalyse. Indien er ernstige gebreken vastgesteld worden tijdens de controle, wordt er een rode merkplaat aangebracht – net als bij particuliere tanks – en moet dat binnen 14 dagen gemeld worden aan de VMM, afdeling Grondwater. Het is verboden om een tank met een rode merkplaat te (laten) vullen. Alle nodige maatregelen moeten getroffen worden om de tank opnieuw in goede staat te brengen en die vervolgens opnieuw te laten controleren.

Bovengrondse tanks

Wat?

Tanks die zich bovengronds bevinden mogen vervaardigd zijn uit metaal, roestvrij staal, thermohardend kunststrof (PVC) of een prefabconstructie. Deze tanks mogen vervaardigd zijn uit metaal, roestvrij staal, thermohardend kunststof (PVC) of een prefabconstructie. Net als bedrijfstanks moeten ook particuliere tanks in of boven een inkuiping geplaatst worden. De enige uitzondering op deze regel vormen de dubbelwandige houders of de prefabconstructies als die uitgerust zijn met een permanent lekdetectiesysteem.

Controle

Bovengrondse particuliere tanks zijn vrijgesteld van controle.

Ondergrondse tanks

Wat?

Ondergrondse tanks zijn tanks die rechtstreeks in de grond zijn ingegraven of die zich in een groeve bevinden. Een groeve is een ondergrondse constructie in metselwerk of beton die geen deel uitmaakt van een gebouw en waarin de tank wordt geplaatst. De volgende ondergrondse tanks zijn toegelaten: dubbelwandige houders uit metaal, houders uit thermohardend kunststof (PVC) of roestvrij staal en prefabconstructies (betonnen cilindrische houders waarin zich een metalen tank bevindt). In een groeve mag je ook enkelwandige metalen houders plaatsen. De ondergrondse houders moeten zich minstens op één meter van de perceelgrenzen van derden bevinden en tussen verschillende houders moet er een afstand van minstens een halve meter zijn.

Controle

De ondergrondse tanks moeten nog steeds om de vijf jaar gecontroleerd worden door een erkend technicus, onder meer een visuele controle, een controle van het waarschuwings-of overvulbeveiligingssyteem en een nazicht van het certificaat. 

Particuliere tanks

Alle particuliere tanks van minder dan 5.000 liter moeten uitgerust zijn met:

  • een waarschuwingssysteem waarbij een geluidssignaal dat steeds hoorbaar moet zijn voor de leverancier en deze verwittigt zodra de te vullen houder voor 95% is gevuld; dit systeem kan zowel mechanisch als elektronisch zijn, ofwel
  • een beveiligingssysteem, waarbij de vloeistoftoevoer automatisch wordt afgesloten zodra de te vullen houder voor maximum 98% is gevuld; dit systeem kan zowel mechanisch als elektronisch zijn
  • een ontluchtingssysteem dat uitmondt op een plaats waar de mogelijke hinder voor de buurt zo beperkt mogelijk is

Merkplaten

Na de controle brengt de technicus een merkplaat aan op de tank:

  • Een groene merkplaat betekent dat de tank goedgekeurd is.
  • Hij krijgt een oranje merkplaat als er bepaalde gebreken werden vastgesteld die wel geen aanleiding kunnen geven tot verontreinigingen. In dat geval mag je hem verder gebruiken tijdens een overgangsperiode van maximaal zes maanden. In die periode moet je de tank laten herstellen en opnieuw laten controleren.
  • Bij ernstige gebreken wordt er een rode merkplaat aangebracht; je mag de tank dan niet meer bijvullen. Binnen veertien dagen moet dat ook gemeld worden aan VMM. Pas na een vakkundige herstelling en een nieuwe controle door een erkende technicus kan je de tank opnieuw in gebruik nemen. 
  •  

Meer informatie

Informazout

Dauwstraat 12

1070 Brussel

T 078 15 21 50

www.informazout.be                           ...

Contact & openingsurenOpeningsuren en contact

Waar?

Dienst milieu en natuur
Gemeentehuis (eerste verdieping)
Hundelgemsesteenweg 353
9820 Merelbeke

Openingsuren

Vandaag:Gesloten
Eerstvolgende openingsdag:(20/04) tot

Contact

  • 09 210 32 70
09 210 32 99
milieu [at] merelbeke.be